De BP olieramp in 2010: welke communicatielessen trekken we hieruit?

/

BP olieramp stormdijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 


De BP olieramp 2010: welke communicatielessen

trekken we hieruit?

Bij velen zullen de beelden van het brandende boorplatform, omgeven door blusschepen, nog vers in het geheugen staan. De explosie in de Golf van Mexico op 20 april 2010 kostte 11 mensen het leven en zorgde voor de meest verwoestende olieramp aller tijden. BP werd geprezen voor haar sterke reactie op de ramp, maar kreeg ook veel kritiek op de manier van reageren. Wat waren precies de sterke- en zwakke punten van de communicatie van BP?

De nachtmerries van communicatieadviseurs
“Iedereen moet maar eens ophouden met janken, want het olielek is relatief klein als je ziet hoeveel water er in de zee is”, zo luidde de initiële reactie van CEO Tony Hayward. Het kleineren van de grootste olieramp in de geschiedenis was geen verstandige uitspraak. Hayward werd overspoeld door kritiek en later volgden nog meer onhandige uitspraken. Een CEO aan het woord kan dus makkelijk uitlopen op blunders, als er niet geluisterd wordt naar het communicatie advies. Woordvoerders kunnen in sommige gevallen geschikter zijn. Een andere grote fout van BP was het overmatig gebruiken van technisch en professioneel jargon in persberichten en andere uitingen. Journalisten en media begrepen weinig van deze berichten en schonken er weinig aandacht aan. BP haar boodschappen bereikten het publiek veel te weinig.

Wat deed BP wel goed?
De communicatiestrategie van BP bij de olieramp was veelal gebaseerd op  de regelmatige ‘official updates’. Hierin werden consistente en samenhangende persberichten met veel feitelijke informatie geplaatst. Dit feit op zich was al een sterke zet van BP, omdat op deze manier regie over communicatie werd gehouden en er minder secundaire reacties plaatsvonden. Wat verder een goede strategie bleek, was het framen van de berichten op basis van sociale verantwoordelijkheid. BP stelde zichzelf verantwoordelijkheid voor alle schade en verdedigde zichzelf nauwelijks. Er werd beloofd alle benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen voor het herstel van het milieu, de lokale behoeften, landelijke initiatieven, verzekeringskwesties en de ondersteuning aan werknemers. Deze emotionele aanspreekstrategie maakte de olieramp menselijker en heeft de reputatieschade uiteindelijk beperkt.